Pioniers in microbiologie
Aan het einde van de negentiende eeuw waren een aantal toonaangevende onderzoekers ervan overtuigd dat wetenschappers de beginselen van het leven moesten onderzoeken.
In Frankrijk deed Louis Pasteur baanbrekend fundamenteel onderzoek, in Duitsland ontdekte Robert Koch bacteriën, en de Nederlandse botanisten Frits Went en Hugo de Vries deden baanbrekend werk naar de groei van planten en de genetica. De Vries correspondeerde met Darwin en was een (buitenlands) lid van de Royal Society en de Swedish Academy of Sciences.
Gebaseerd op de stijl van zijn internationale collegae die geïnteresseerd waren in fundamenteel onderzoek, richtte Martinus Beijerinck de ‘Delft School of Microbiology’ op. Albert Kluyver volgde hem op en richtte het vizier meer op metabolische microbiologie. Hij wist hoe schimmel gemanipuleerd moest worden om antibiotica te produceren. Dit proces wordt tot op de dag van vandaag in laboratoria gebruikt.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zocht Kluyver contact met Johanna Westerdijk, directeur van het Centraal bureau voor Schimmelculturen (CBS). Van haar penicillineculturen was hij in staat, samen met de Nederlandse Gist- en Spiritusfabriek, het ‘miraculeuze medicijn’ penicilline te produceren.
Previous Story
Next Story
How to cite this page
Bart Grob, 'Pioniers in microbiologie', Inventing Europe, http://www.inventingeurope.eu/story/founding-fathers-of-microbiology
Sources
- Beijerinck and the Delft School of Microbiology, edited by Pieter Bos and Bert Theunissen. Delft: Delft University Press, 1995.
- Theunissen, Bert. “The beginnings of the ‘Delft tradition’ revisited: Martinus W. Beijerinck and the Genetics of Microorganisms.” Journal of the history of biology 29, (1996): 197-228.






